Hoofdpagina
 
  Geschiedenis
  Als huisdier
  Folklore
  Links

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aktueel

Na 2001 zijn er alweer rond de twintig waarnemingen geweest, en diverse dagbladen hebben melding gemaakt van het oprukken van de hond, oa. de Telegraaf van 31 december 2003. Zodra er weer een bericht met foto is, laat ik het weten.
Hier vind U nog de verslagen van de honden die in 2001 het leven lieten door auto's en een bietenrooimachine. We gaan verder met vrolijker nieuws:

Het 2004 Nest

Max en de 2004 pups

Op dinsdag 13 april 2004 ben ik 's avonds nog gaan wandelen met Troy en Misty. 's Nachts zijn er 5 witte en 2 wildkleur jonkies geboren zonder dat iemand iets gehoord heeft. Bovenstaande foto is 's ochtends gemaakt. Misty stond gelijk alweer op om even de poten te strekken in de tuin, dus ik had een goed zicht op Max en de jongen.
Ook Max laat me bij het nest toe, en de jongen krijgen ook niet het signaal stil te zijn, zoals bij vorige nesten. Iedereen piept er vrolijk op los.

Max en de 2004 pups

De 2004 pups

Misty, Max en de 2004 pups

Links Misty. Max ligt er vaak bij alsof hij aan het zogen is.


10-12 dagen later ...

Max en de 2004 pups

Zo ook hier - 't is echt Max :). De pups zijn zonder problemen door een paar vriesnachten gekomen. Op 13 mei zijn ze gechipt. De beide wildkleur exemplaren zijn heren, de witte zijn allemaal dames! Op deze foto's zijn ze 10-12 dagen oud. Troy, Misty's stiefvader, wordt door iedereen behalve Max volledig geaccepteerd. Voor Max geldt dat maar ten dele :(

Troy met pups

Oom Troy op bezoek!

Puppie in hand

Waar ben ik en waarom ruikt die kale hond zo raar?

Twee pups

Voor het eerst in de zon!

Twee pups

Oefenen voor T-Rex!

Op onderzoek.

Max

Hallo Max!

Je kunt na een voorafgaand gesprek eventueel een pup bij bestellen. Op 15 mei waren er nog 4 witte teefjes beschikbaar.


 

Wasbeerhonden in Twente en Drente!

Nu reeds twee gevallen

christian freeling

Na de wasbeerhond die langs de R36 werd aangetroffen in september 2001, zijn er in midden oktober twee aangetroffen niet ver van de duitse grens bij Emmen. SBS6 heeft er in Hart van Nederland van maandag 22 oktober aandacht aan besteed. Ik heb die uitzending niet gezien maar werd achteraf getipt. De beller merkte daarbij op dat de suggestie van faunavervalsing door "al die ontsnapte exoten" gewekt werd. Ik heb daarop de redaktie opgebeld en de situatie rond de wasbeerhond uitgelegd. Van hen kreeg ik het telefoonnummer van de boswachter die bij de voorvallen betrokken was. Van hem hoorde ik de toedracht.
Het eerste exemplaar vond de dood in een bietenrooimachine, het tweede een dag later langs de weg op nog geen vijftig meter van dezelfde plek. Die heeft dus duidelijk lopen zoeken. Beide waren behoorlijk dik, zoals gebruikelijk in de herfst wanneer ze zowel vet als bont aanzetten. Ook de boswachter twijfelde er niet aan dat het hier wilde exemplaren betrof, zeker toen ik hem van de situatie in Duitsland op de hoogte bracht. Bovendien had hij al eens vaker een dier waargenomen dat in retrospect heel goed een wasbeerhond geweest zou kunnen zijn. We kunnen dus steeds duidelijker vaststellen dat de hond vaste voet in Nederland heeft gekregen.

Puristen zullen er op wijzen dat de hond "uitheems" is en dat het hier dus faunavervalsing betreft. Mijn advies: ga het hem maar vertellen. Het proces is even onomkeerbaar als in de rest van Europa en zodra de hond hier enkele decennia lang ingeburgerd is, zal een meer praktische visie op het begrip "inheems" wel de overhand krijgen.


 

Het volgende verslag plus foto werd mij naar aanleiding van een krantenartikel in de Twentsche Courant Tubantia van zaterdag 29 september 2001 toegezonden door Jan ter Braak van het politiebureau Vriezenveen.

Wasbeerhond dood aan rand R36

Op woensdag 26 september 2001 werd omstreeks 08.00 uur door Hugo Koopman uit Vroomshoop op RW 36 nabij km - paal 6.0, tussen Vriezenveen en Wierden een aangereden dier aangetroffen. Het dier was nog warm en kennelijk even er voor aangereden door een motorvoertuig. Hugo was gestopt en had het dier van de weg in de berm gelegd. Hij wist niet wat voor soort dier het was, zelf dacht hij aan een "Wasbeertje". Hij heeft vervolgens de jachtopzichter Betrus Kobes uit Vriezenveen, van de W.B.E. Vriezenveen e.o. gewaarschuwd en deze heeft het dode dier opgehaald en mee genomen naar huis. Thuis heeft hij uitgezocht wat voor een dier het was. Hij kon in eerste instantie het dier niet thuis brengen. Na enig zoeken in diverse boeken kwam hij in een encyclopedie van het dierenrijk, onder het hoofdstuk 'Hondachtigen' een afbeelding van een Wasbeerhond tegen. De vergelijking van de afbeelding van de Wasbeerhond en het op RW 36 aangetroffen dier was sprekend. Volgens deskundigen is de wasbeerhond de meest primitieve nog levende wilde hond, die heel dicht bij de oerhond staat. De aangetroffen wasbeerhond, een teef, zal naar het scholenproject van de Regio Overijssel van de KNJV gaan, alwaar het bij de overige geprepareerde collectie gevoegd zal worden, om te worden gebruikt voor educatieve doeleinden.

Aangereden wasbeerhond

Het verslag gaat verder met een zoölogische omschrijving die ik mede opgenomen heb.

Zoölogische omschrijving

Volgens Erich Thenius is de Wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides) de meest primitieve, nog levende wilde hond. Gewicht in de herfst - na het vormen van de vetreserve voor de winterslaap tot 7,5 Kg. Gelijkenis met een Wasbeer is uitsluitend uiterlijk. Vacht aardachtig geel met aan de haarpunten zwart - bruine tinten, vooral op de rug en in de schouderstreek bijzonder duidelijk (De Wasbeerhond is na de haarwisseling erg donker, maar wordt lichter als de donkere haarpunten zijn afgesleten). Van de schouders loopt een bruinzwarte band naar de voorpoten. Onderhaar dik en troebel, donkerbruin. Gezichtsmasker zwart, aan boven- en onderkant lichter gezoomd. Ledematen kort, donker van kleur. De enige wilde hond, die in het noordoosten van zijn verspreidingsgebied ( Amoer-Oessoeri gebied), een winterslaap houdt. Oorspronkelijk verspreid in Oost-Siberië, Mandsjoerije, Japan en Noord-China, recentelijk overgeplant naar Europees Rusland en vandaar doorgedrongen naar Noord- en Midden Europa. Levenswijze: De Wasbeerhond is 's nachts actief. Hij leeft solitair of voor korte tijd in familietroepen van vijf tot zes individuen en houdt zich overdag op tussen rotsen en kreupelhout, holle bomen, en holen, hetzij zelf gegraven hetzij van andere dieren overgenomen. Blaffen kan hij niet: behalve een soort gemiauw laat hij een grommen horen, vaak gevolgd door janken. De Wasbeerhond kan in tegenstelling tot andere wilde hondengeslachten, bv grijze vossen, niet klimmen. Wasbeerhonden voeden zich met kleine knaagdieren, en vissen maar ook eikels, bessen en andere vruchten, Padden welke door andere dieren gemeden worden, eet hij graag. De Wasbeerhonden welke naar het westen zijn doorgedrongen schijnen bijzonder verzot te zijn op eieren en jonge vogels. Een eetgewoonte welke ze in hun oorspronkelijke vaderland, Japan, niet delen. Op zijn speurtochten naar voedsel laat de Wasbeerhond zich voornamelijk leiden door zijn reukzin, maar ook zijn andere zintuigen zijn goed ontwikkeld. Behalve de mens en zeer grote honden heeft hij in Europa geen vijanden. Wijfjes brengen gemiddeld zes jongen ter wereld. Draagtijd schijnt afhankelijk van het klimaat sterk te wisselen. De pasgeboren jongen zijn volkomen zwart en worden verzorgt door beide ouders.

Verspreiding in Europa

Vanuit de Oekraïne waar de Wasbeerhond werd uitgezet, verspreide hij zich langzaam over geheel Europees Rusland en verder naar het westen. In 1931 werd de eerste Wasbeerhond gezien in Finland, in 1951 in Roemenië en in 1955 in Polen. Vanuit de Finse populatie trokken later enkele exemplaren naar Zweden. In de jaren vijftig verspreidde de wasbeerhond zich richting Tsjecho-Slowakije, Hongarije en voormalig Oost-Duitsland. In 1962 werd in West-Duitsland bij Aschendorf het eerste exemplaar geschoten.


Er worden in Duitsland op jaarbasis nu enkele duizenden wasbeerhonden afgeschoten, en dat is slechts het topje van de ijsberg. In Nederland zullen inmiddels wel enkele honderden exemplaren in het wild aanwezig zijn, en aangezien de aantallen in Duitsland ondanks de vrije jacht blijven stijgen, kunnen we er gerust vanuit gaan dat, naast de vos, een tweede wilde hond zich permanent in de nederlandse bossen heeft gevestigd.